SO: Buitenactiviteit
Tekst hier invullen...
Buitenactiviteit- "Op stap op de boerderij"
Duur
20-30 minuten
Terrein / locatie / plaats
Buiten op de koer
Aantal deelnemers + leeftijd
Kinderen van 0-2 jaar en max 15 kinderen
Aantal spelleiders/begeleiders
2 (ik als stagiaire + een begeleidende begeleider)
Ontwikkelings(deel)domeinen die hier gestimuleerd worden. Wees voldoende gedetailleerd!
Motorische ontwikkeling: grove motoriek: wandelen, kruipen, rijden met loopwagens ?
Cognitieve ontwikkeling: kennismaken met boerderijdieren, dierengeluiden, functies op de boerderij.
Ervaringsgebieden:
Ik en de ander: verbondenheid, zin voor initiatief
Communicatie en expressie: taalontwikkeling
Lichaam en beweging: beweging
Verkennen van de wereld: maatschappelijke wereld
Materiaal + verantwoordelijke
- Grote prenten of speelgoedfiguurtjes van boerderijdieren (kip, koe, schaap, paard, varken, hond, kat)
- Loopfietsjes, loopwagentjes
- Boerderijdecor (stalletjes van karton, hooi, pluche groenten)
- Lint of krijt om een eenvoudig boerderijparcours uit te zetten
- Geluidsfragment met dierengeluiden (optioneel)
- Blad met boerderijverhaal
- Blad met liedje + muziekje over boerderij
Stageplaats
Ik zelf
Schets inrichting speldomein (kies de juiste opstelling uit de bijlage op SMS of teken zelf mét legende)
Wie zet wat op voorhand klaar? (Verduidelijk eventueel in je schets)
De stagiaire (ik) zet het volledige parcours klaar:
- Dierenkaartjes of -figuren verdelen
- Stal/moestuin/enz. aanduiden met lint, kegels, krijt
- Materiaal klaarzetten: loopwagentjes, buggy's, dieren
- Geluidsmateriaal of liedje klaarzetten
De andere begeleider helpt met begeleiden van de kinderen.
Spelregels
Schrijf de basisspelregels uit.
- We stappen samen, als boerderijdieren!
- Bij het hek: allemaal geluid maken als schapen
- Bij de stal: even rusten
- In de moestuin: doen alsof we oogsten
- In het kippenhok: klap je vleugels
Moeilijkheidsgraden
Noteer hier hoe je de spelregels kan vereenvoudigen en moeilijker maken voor de doelgroep (= drie moeilijkheidsgraden).
- Voor de jongsten (baby's): op schoot en op arm mee. Ze kunnen kijken, luisteren, en reageren op de geluiden of dieren.
- Voor kruipers: Ik laat ze stukjes van het parcours kruipen of laat ze met een loopwagentje duwen.
- Voor de oudsten (2,5 – 3 jaar): Ik laat hen helpen met benoemen van de dieren en de plekken op de boerderij.
Uitleg van de activiteit (inleiding – midden – slot)
Zorg voor een creatieve inleiding (= op welke manier maak je de kindjes warm om deel te nemen aan je activiteit) en een creatief slot (sluit de activiteit op een leuke manier af).
· Inleiding
""Het is ochtend op de boerderij. De haan kraait:
'Kukelekuuuu!' Alle dieren worden wakker. De koe roept 'Boe!', het schaap
zegt 'Bèèè!'
Vandaag mogen de dieren op avontuur! Ze gaan naar de weide, de moestuin, en
zelfs naar het kippenhok.
Doe jij mee? Kies welk dier je bent: ben jij een varkentje, een paard, een
kat of een schaap? Laten we de boerderij een beetje ontdekken!"
· Midden:
volg het boerderijparcours:
- Beweeg als jouw dier (springen, waggelen, kruipen…) (voor de oudsten)
- Stop bij elk station: geluidje maken, taakje doen (bv. hooien, rusten)
- Elk station wordt gekenmerkt door een knuffel van het dier en elementen die met het dier te maken hebben.
- Rijden met loopwagentje over het pad (laatste station)
· Slot
Alle diertjes komen samen op het "grasveld" (doel). Daar kunnen ze nog even rusten en je zingt samen een liedje over de boerderijdieren. We zingen samen Old MacDonald had a farm Nederlandse versie. (zie apart document liedje)
Wie doet wat tijdens de activiteit?
- De stagiaire (ik) zet alles op voorhand klaar en zorg ervoor dat ik al het materiaal heb meegenomen.
- De begeleider helpt met het begeleiden van de activiteit.
- De kinderen voeren de gevraagde taken uit.
Wie voert de nazorg uit?
De stagiaire verzamelt alle gebruikte spullen terug:
- De diertjes
- De loopfietsen op zijn plaats
- Decor