SO: creatieve opdracht met kosteloos materiaal
Tekst hier invullen...
Creatieve opdracht: knutselen
Duur
+/- 30 minuten
Terrein / locatie / plaats
Binnen, aan lage tafels/ eetstoelen
Aantal deelnemers + leeftijd
Ongeveer 6 kinderen, leeftijd rond 2 jaae
Aantal spelleiders/begeleiders
2
Ontwikkelings(deel)domeinen die hier gestimuleerd worden. Wees voldoende gedetailleerd!
- Motorische ontwikkeling, fijne motoriek: scheuren van papier
- Cognitieve ontwikkeling: herkennen van boerderijdieren, kleuren en vormen
Ervaringsgebieden:
- Ik en de ander: zin voor initiatief
v Communicatie en expressie: creatieve expressie
v Lichaam en beweging : manipulatie
Materiaal + verantwoordelijke
- Kartonnen bekers
- Wol, stofrestjes, knopen, kurken, papieren bordjes
- Niet-giftige lijm / lijmstiften
- Schaar (enkel voor begeleiders)
- Grote vellen papier of placemats om op te werken
- Dierengeluiden op een tablet of cd-speler (optioneel)
Door stagiaire zelf
Door de stageplaats
Schets inrichting speldomein (kies de juiste opstelling uit de bijlage op SMS of teken zelf mét legende)
Wie zet wat op voorhand klaar? (Verduidelijk eventueel in je schets)
Ik als begeleider zet alles op voorhand zelf klaar:
- Tafels en stoelen klaar met overdekt papier
- Materiaal gesorteerd klaargelegd op tafel
- Zachte boerderijgeluiden op de achtergrond
Spelregels
Schrijf de basisspelregels uit.
- Elk kindje krijgt evenveel kans om te knutselen, dus geen kindjes mogen er geduwd worden.
- De kinderen mogen zelf kiezen met welk materiaal ze willen werken.
- De kinderen gebruiken enkel het knutselmateriaal voor wat het dient, dus niet voor bij elkaar te gebruiken.
Moeilijkheidsgraden
Noteer hier hoe je de spelregels kan vereenvoudigen en moeilijker maken voor de doelgroep (= drie moeilijkheidsgraden).
0 – 1 jaar (baby's)
- Kind zit op schoot of in wipper.
- De begeleider (ik) laat materialen voelen (wol, watten) en helpt bij het aanbrengen van lijm en het plakken.
- Kind mag voelen, duwen, luisteren en kijken.
- Eenvoudige en doelgerichte taalgebruik
1 – 1,5 jaar (jonge peuters)
- Kind kiest uit 2–3 materialen en helpt met plakken.
- Begeleider (ik) stimuleert zelf doen en benoemt samen onderdelen. Kind oefent met grijpen, aanduwen en herkennen van vormen en kleuren.
1,5 – 2 jaar (oudere peuters)
- Kind kiest dier en materialen zelf, brengt lijm aan en plakt gericht onderdelen (ogen, oren).
- Begeleider (ik) begeleidt licht en stimuleert taal ("Wat zegt de koe?").
- Kind werkt actief mee.
Uitleg van de activiteit (inleiding – midden – slot)
· Inleiding:
De activiteit start met een grote, kleurrijke "boerderijkoffer" die door de begeleider wordt binnengebracht.
De kinderen zitten in een halve kring. De begeleider (ik) doet alsof de koffer geluid maakt – "Oink oink... Mèèh… Boe!" – en vraagt verbaasd: "Wat hoor ik daar? Zit daar iets in?"
Eén voor één haal ik kleine knuffeldieren uit de koffer (varken, koe, schaap, kip…). Bij elk diertje maakt ze het geluid en laat de kinderen het nadoen.
Dan zeg ik: "Willen jullie ook een eigen diertje maken om in onze boerderij te zetten?"
· Midden
Aan de lage tafels ligt al het materiaal klaar in kleurrijke mandjes (wol, knopen, doppen, kurken, stukjes stof, kartonnen bekers, karton). Elk kind krijgt een kartonnen beker als basis – "Dit wordt het lijfje van jouw dier!"
Ik en de andere begeleider helpen het kind kiezen welk diertje het wil maken. Samen benoemen ze de kenmerken:
Schaap → wit en zacht → watjes of wol
Koe → zwart-wit → vlekjes van papier
Varken → roze → stof of gekleurd papier
Afhankelijk van de leeftijd helpen de begeleiders gericht of stimuleren zelfstandig werken (zie moeilijkheidsgraden).
Tijdens het knutselen zingen we zachtjes het liedje "Op de boerderij daar is van alles te doen…" of maken we dierengeluiden.
Als de diertjes klaar zijn, worden ze op een groot stuk karton geplaatst dat als boerderijdecor dient. Eventueel worden er nog bomen of een hek toegevoegd. (door begeleiders)
· Slot
Wanneer alle diertjes gemaakt zijn, roept de begeleider (ik): "Tijd voor onze grote boerderijdierenparade!"
We zetten de knutselwerkjes samen in een rij en laten ze één voor één 'voorbij wandelen' terwijl we het dier benoemen en het geluid maken.
De kinderen krijgen veel positieve aandacht voor hun werk. Daarna maken we samen een groepsfoto van de 'dierenfamilie' en zingen we als afsluiter nog één keer "Old MacDonald had a farm", waarbij elk kind zijn diertje omhoog mag houden bij het juiste geluid.
De diertjes krijgen een plekje in de klas of mogen mee naar huis.
Wie doet wat tijdens de activiteit?
- De stagiaire helpt de kinderen met het lijmen en de individuele ondersteuning.
- De 2de begeleider geeft materialen aan en probeert de kinderen aan te moedigen en mij als stagiaire te assisteren waar nodig.
Wie voert de nazorg uit?
- Stagiaire ruimt al het gebruikte materiaal op.
- De andere begeleider plakt eventueel de namen op de kunstwerkjes van de kinderen en een foto voor de ouders.